Woord en Geest horen bij elkaar. Dat is een les die dr. Sam Storms beetje bij beetje leerde. „Ik vond charismatische christenen, die de nadruk legden op de gaven van de Heilige Geest, theologisch onderontwikkeld, emotioneel en onstabiel. En daarom vermeed ik ze.” 

Nu noemt de 66-jarige Amerikaanse baptistenpredikant zichzelf een „charismatische calvinist.” Hij vertelde gisteren op de conferentie ”There is More!” in Veenendaal over de geestelijke reis die hij maakte en „de kracht en de gaven van de Geest” leerde kennen.

Het Evangelisch Werkverband in de Protestantse Kerk in Nederland, dat streeft naar geestelijke vernieuwing onder christenen, organiseert deze week voor de tweede keer de leidersconferentie ”There is More!” De driedaagse bijeenkomst, die donderdag begon, is bedoeld om predikanten en voorgangers „meer van de Geest” te laten ervaren. Centraal staat het gebruik van de geestesgaven, profetie en genezing.

Storms, predikant in Oklahoma City en bestuurslid van het evangelicale netwerk The Gospel Coalition, zei dat hij lang heeft gedacht dat een calvinist niet tegelijkertijd een charismatisch christen kan zijn die in tongen spreekt, vurig voor zieken bidt en profeteert. „Dat was voor mij zoiets als een vierkante cirkel.”

Storms hing de zogenoemde streeptheologie aan: de bijzondere gaven van de Geest golden alleen voor de tijd van de apostelen en daarna niet meer. „Voor mij beperkte het werk van de Heilige Geest zich tot het verlichten van het verstand en het besturen van de wil om verleidingen te weerstaan.”

Storms vertelde de ongeveer 900 aanwezigen hoe hij leerde Woord en Geest meer met elkaar in „evenwicht” te brengen. „Het was lastig voor me die twee samen te brengen. Ik geloof dat mensen die diepgaand theologie bedrijven, ook open kunnen staan voor de gaven van de Geest, zoals de Bijbel daarover spreekt. Woord en Geest zijn niet van elkaar te scheiden.”

Hij verwees naar de apostel Paulus, schrijver van de brief aan de Romeinen, „een van de meest diepgaande theologische werken die ooit geschreven zijn. Maar tegen de Korinthiërs zegt Paulus dat hij meer in tongen spreekt dan andere mensen doen. Hoe gaat dat samen? Een commentaar van D. A. Carson op 1 Korinthe 14 liet me zien dat ik verkeerd dacht over de gaven van de Geest. De streeptheologie kan niet standhouden.”

Het meest „pijnlijk” was voor hem was de erkenning dat hij bijzondere genadegaven als tongentaal, profetie en genezing op het gebed niet afwees „omdat de Bijbel dat zegt, maar uit afkeer van charismatische cultuur en uit angst voor de leiding van de Geest in mijn leven. Maar toen ik overtuigd raakte van het Bijbelse bewijs daarvoor, vloeide mijn angst weg. En ik kwam erachter dat de charismatische cultuur niet zo eng was als ik dacht. We kunnen wijzen op slecht gebruik van de genadegaven, maar dat mag geen excuus zijn om die gaven maar te negeren.”

Storms schreef ooit een boek tégen genezing op het gebed („Gelukkig is het niet vaak verkocht”). Van de Amerikaanse predikant John Wimber leerde hij dat God mensen nog steeds op het gebed geneest. „We zijn vaak bang: stel je voor dat we voor een zieke bidden en hij geneest niet. Dan is stoppen met bidden de gemakkelijkste oplossing. Maar dat is niet de weg die God in de Bijbel wijst. Als ik voor honderd zieke mensen bidt en er geneest er maar één, dan ga ik door. Eén is beter dan helemaal geen.”

Het gaat niet om het resultaat maar om trouw aan de Schrift, aldus Storms. „Je kunt niet falen als je gehoorzaam bent aan het Woord van God. Op een andere manier zal je nooit vruchten zien. We kunnen God niet voorschrijven wie Hij wel of niet moet genezen. Dat kunnen we aan Hem overlaten.”

De les die Storms naar eigen zeggen heeft geleerd, is dat hij het werk van de Geest niet mag veronachtzamen. „Ik heb altijd in de drie-eenheid geloofd. Maar die bestond voor mij niet uit de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, maar uit de Vader, de Zoon en de heilige Schrift. Ik heb het Woord van God bijna verafgood en het werk van de Geest genegeerd. Bij mij is de liefde voor de Bijbel de afgelopen jaren toegenomen. Waarom? Omdat de Schrift mij bekend heeft gemaakt met het werk van de Heilige Geest.”

Ook dr. Randy Clark, oprichter van Global Awakening, een opwekkingsbeweging die zich wereldwijd inzet om christenen te vernieuwen, vertelde donderdag over zijn ontdekking dat God „nog steeds mensen geneest.” Redding en genezing horen bij elkaar, benadrukt hij. „Geloof is een zeker weten van wat God gaat doen. We moeten leren dat Gods Geest niet alleen in de bekering werkt. Hij geneest ook. Als je gelooft dat genezing niet de norm is, dan wordt dat een zelfvervullende profetie.”

Niet iedereen wordt op gebed genezen, erkent Clark. Maar God kan volgens hem ook genezen als je gelooft dat de bijzondere genadegaven alleen in de tijd van de apostelen voorkwamen. „Heb je wel eens gebeden van Luther gelezen, waarin hij om genezing vraagt? Ze zijn vol geloof en verwachting. Toen hij eens voor een andere reformator bad, drong hij er bij God op aan zijn vriend te sparen en tot Zijn eer te gebruiken. God verhoorde het gebed en de man werd genezen. En leefde twee maanden langer dan Luther zelf.”

Clark stond in 1994 aan de basis van de –omstreden– Toronto Blessing, waarbij mensen „in de Geest” gingen lachen, vallen en over de grond rollen.

Tegen de aanwezigen: „Het maakt me nu niet uit of je valt, lacht, schudt, of vrede ervaart in de Geest. Wat ik wel zou willen, is dat iedereen Gods nabijheid ervaart. Dat je niet alleen veel kennis van God hebt, maar ook door ervaring weet hoeveel hij van jou en van de wereld houdt. En dat hij je vrijmoedig en gelovig maakt. Hongerig naar Zijn aanwezigheid.”

Bron: Reformatorisch Dagblad